Aan

als jij ooit mijn ex zou zijn dan
zou ik knielen tot de pijn van smeken
knieën bloederig verlies zou laten nemen
zou ik schreeuwen tot stembanden rauw stilden in een ijzig hees gepiep
zou ik stapels schrijven over onbegrepen onbehagen
de zwarte gaten in mijn hart en ziel en andere grote woorden
het ‘oh had ik maar’ met asgrauw spijt doorregen
zou ik nooit vergeten je vandaag te laten weten
hoeveel ik van je hou

Oud

dekens dekken duister denken toe
luister hoe hard het donker fluistert
suist vergaan vertier en schaterlach
achter zware kloppen van het hart

beukt tegen bekrast oud schedeldak
vergeven krachten breken krakend
golvend zwart braakt kou vanbinnen
over verslagen vragen van weleer

Duif

de grijze duif hield zich aan zijn rauwe klauwen
vast aan loden goot tot hij dapper besloot,
hardleers als hij was, op de vlucht te slaan

wijds spreidt zijn verstoft verenkleed
scherend met de oude wangen door de wind
op weg naar dat warme wat zo buiten zichzelf was

Wij

bleef dit hier maar eens hangen
je glimlach en je schateren
de warmte van je hand
of dat je bijna thuis komt
vol verhalen over waar je bleef
je mij meeneemt in je twijfels
knikt dat je het begrijpt
in je nek even samen schuilen
voor tranen die verborgen blijven
ons kind zijn durven delen
met alles wat het dan ook was
over die open vlakte lopen
waar het toen zo echt nog wij leek