Dochter

goedlachs beleef jij de dagen
zie ik jou rode konen dragen
bij wat er op het pad verschijnt

van kleins af aan was jij een boef
een lachebek, kletskous, nimmer droef
iets wat zichtbaar nooit verdwijnt

ik zal voor altijd naast je staan
zoals ik immer heb gedaan
mij heb je tot mijn laatste dag

blijf jij de kleine eigenwijs
op je eigen mooie reis
die je nog beleven mag

vier je leven elk moment
zo puur als je nu bent
met je wonderschone lach

Pech

had ik jou toen maar nooit gezien
was mij gewoon vergeten

dan zat ik hier niet te wachten tot
ik je opeens ergens zitten zag

dan zat ik nu niet te staren nog
na onafgemaakt gedachtengoed

dan schrok ik hier nu niet wakker van
je hakken aan te horen komen lopen

had ik jou toen maar nooit gezien

Warm

laat mij eens verdwalen in je hals
voor even denken – als

zou ik in stilte aan je ruiken
en mijn lippen pas gebruiken
wanneer je adem daarom vroeg

was er maar eens tijd genoeg
je hier volwaardig te beminnen
zal de dag straks weer beginnen

met het zoemen van de wekker
en je rook vannacht zo lekker….