Nachtelijk

zo in de nacht met wakker brein
suizen wielen over asfalt
kruipen poten door het gras
danst blad haar laatste dans

op deze plek nochtans verbleven
helder denkend onder spaarzaam licht
komt nog dit laatste schrijven even
voel ik mijn donker zo in dit gedicht

Besta

bestaan volgt vanzelf
buiten dwalen en je verbazen
alles wat je hoort of stoort in het denken
iemand groeten die je tegenkomt
luisteren naar de wind
een lach op je gezicht
voelen dat je bent
gaan waar je wilt
gezien worden
een zachte zoen

Reiger

daar liep ze op ranke poten
statig door de diepe drek
dode muizen dreven boven
verdwenen achter in haar bek

smakkend blikte zij opzij
naar blaffende hond en mij
alsof het haar maar stoorde
wij niet in dit plaatje hoorden

ze liet ons voor wat we waren
speurde modder af naar meer
tot haar honger zou bedaren

het leek ons wel een hele zware
maar ze vrat een molletje dit keer
vol vette modder in haar haren

Kinds

ik ben ooit mijn ik ineens verloren
tussen broeders in verdwenen
door een scheiden uiteengereten
reepjes kind vervlogen in venijn

ik vond één reepje met een regel
en die woorden heelden wonden
stapelden lagen van vertrouwen
tussen het uitgestelde mij

ik ben nu haast geheel begrepen
zweef mee in volle frisse vlagen
zwerf over ongekende paden
leef dagen – zoals ik wilde zijn

Gedicht

nu ik heel open
over dichten dicht
over het eenzaam opgesloten
en wat nu weer weggestopt
diep verborgen en begraven

hoezeer ik soms mezelf niet ken
en daar niet over wil praten
zit ik stil in dit donkere hoekje
met mezelf opgescheept
en een notitieboekje

error: De inhoud is beschermd !!