Iemand 2

ik ken iemand die zijn best doet
niet teveel te zijn om daarmee te blijven
niet te verdwijnen als herinnering
ik ken iemand die nu al denkt
goed genoeg te zijn en nog niet beseft
dat hij daarmee stopt hier te bestaan
ik ken iemand die niet weet
hoe mooi ze is en zo mooi stralen kan
die zichzelf pas ziet in enkel donker
ik ken iemand die alleen de liefde is
met open ogen door alle sloten loopt
en verdrinkt in alsmaar delen
ik ken iemand die altijd alles geeft
en zelf vergeet hardop te dromen
in niets verdwijnt, voor lief genomen

Iemand 1

het was iemand die met zijn onrust liep
dwars door nog te doen en onvoldaan
iemand die de dagen met vragen vulde
knagend op een reep van ‘had ik maar’
hij dronk ijskoude twijfel, zonder suiker
en keek eenieder iets verlegen aan
zouden ze wel weten
hoe hij wankelt in bestaan
of al zijn broeiend duister ruiken
het was iemand die je langs ziet lopen
tussen ooit geweest en nog te gaan

Nooit anders

zullen we het ooit anders doen
of blijft het de storm tussen stiltes
en is dit het oog waar we nu wonen
om weer even op adem te komen
om weer te voelen, te weten
te weten van dit fijn dichtbij
weet je lief, wij zijn de wind
wij zijn een eb en vloed
wij zijn de dagen, maar dan
zonder een voorbij
en wij leven onze jaren
met de handen om het hart
met een hart dat al gebroken was
voordat we wisten van dit wij
ik draag je scherven, jij mijn zacht
en dat doen we, of het nu blijft of gaat

Warm

onder grijze waas ruikt deze dag
naar roomboter en hagelslag
duimdik op vers geroosterd brood
het is een zoet verlang naar al je warm
vol van klam en huid waaraan ik kleef
waar liefde dampt vanuit de buik
lust schudt onder schouderblad
in ons beider zweet zwemt
de vijver van jouw navel
waar we luid in elkaar opgaan
tussen kruimels op de tafel

Lijn

er zijn lijnen die blijven
alsof ze zijn gemaakt van
staaldraad, maar dan zacht
van wolken over zandstrand

er zijn lijnen die je niet ziet
enkel voelt in het onderhuids
dat onvoorwaardelijke thuis
waar je warm en welkom bent

het zijn de lijnen die je maken
je laten struikelen en zien
altijd jezelf te mogen tonen
in fel verlicht en al je zwart

Gemaan

onder de zesde maan na jou gezeten
berg ik de laatste resten op
onder mooi geweest
een dood destijds

en het is vooral dat hele kleine
en het voelt nog altijd warm
en ik kan je dichtbij ruiken
en het is net alsof het blijft
en ik kan het schrijven op je huid
en groet alle sproeten
en streel je wangen zacht
en zie je ogen in de mijne

onder de zesde maan gezeten
na jou – hier stil en samen zwijgen
poets ik die laatste resten op
en laat ze schijnen

error: De inhoud is beschermd !!