Sip

je drupt ook weer, in deze lange nacht vol open ogen tussen diepe zuchten steeds zacht op mijn brakke lekke dak,
irritant en rustgevend tegelijk
loop jij in lange lome banen langs dit vege versleten rimpelige lijf, als loze tranen of doffe parels vol angst,
koud en verfrissend eveneens
verdwijn je dan plompverloren met een plons snel weg in de verborgen diepten waar ik gelukkig met of zonder wie dan ook nog nooit was, op vage laffe afstand gehuld in de zwavelige dampen van het ontwijken zoals ik je jouw nu eenmaal ken
en rode ogen beide tenten sluiten

Prairieleed

In leegte staar ik naar weinig anders
dan besmeurde glazen
scheiden binnen van buiten

Dagdromen vol vragen
trekken voorbij over prairie
in lange karavaan

Ik spring op de bok van
de achterste wagen
waar een trieste oude man dommelt

Hij spuugt boos zijn pruimtabak
op de punt van mijn linkerschoen
kijkt mij diep aan

Mijn verbaasde blik blijkt
de trekker van zijn spreken
“Lul, je antwoord ligt voor je neus!”

error: De inhoud is beschermd !!