Donker

Nu ik toch hier alleen in het koude duister zit
kan ik net zo goed ook in mijn denken
kort het sfeerlicht verlaten, op de tast
en heel goed het oor te luister leggende,
vinden wat nog soms zo sluimert
tussen dichte hagen twijfelstruiken
vol met ogen, haken en onbehagen,
die de zenuw messcherp weten te raken
zonder de oorsprong te ontwaren
van het hijgend kwijlend bloedend beest
wat angst heet

Mols

geen letter op papier vanavond
vanwege een levensgrote vraag
spelend in de opgewonden hoofden
van de overige wezens
levend binnen dure
bij de bank beleende muren,
maar zeker niet in het brein van mij,
wat het liefst wegkruipen wil
in een koud donker zwart nauw gangetje
ondergronds met bij voorkeur
ook een klein bureau en een lamp
ergens in de hoek met een miniatuur
sonos-systeem en de rustige klanken
van Ray Lamontagne

Nek

ik kruip dicht tegen je aan
en kus je nek
een lokroep uit ver verleden
maakt zich van mij meester
ik scheur de kleren
van mijn woest behaarde lijf

ga ik vanavond oerdansend ten onder
of val jij in volle overgave naakt
voor mijn fraai gemanicuurde voeten

ik schrik wakker uit mijn middagdutje
en zie het veldrijden
waar Van der Poel zojuist
ruim verslagen is
het parcours hiervan de schuld geeft