tussen alles wat ik denk, draag, schrijf en vraag
liggen al de bloederige reepjes wij
te drogen onder een grote oude scheve schemerlamp
eronder is het er eigeel, handwarm en aangenaam
niet de klamme hand van lange zomerdagen, maar eerder één
van tintelende vingertoppen op een eerste februari-dag
en dat dan vlak nadat je binnenkomt
na net te lang buiten te zijn verbleven
in je veel te dunne versleten jas
de koffie alvast zacht wenkt vanuit de pot
met babyarmpjes waterdamp

