Dood

de dood huist ook gewoon
waar dit leven woont
huid dwarrelt door de kamer
of de losse haren op je jas

een mug laatst laf platgeslagen
over een pas fris gewitte wand
die slak zo weerloos ingegraven
tussen rubber ribbels van een laars

dan ineens slaat hij ijskoud toe
hoekt je hard neer, totaal verrast
wanneer zij is verdwenen plots
een kale plek naast jouw matras

Tranen

wij leven door in de leegte
die je hier voor ons bewaarde
gevuld met al jouw mooi

herinneringen
verpakt in verdriet
want jij bent hier niet

in alles wat jij was,
groeide ook je sterven
een innig afscheid wat ons restte
je laatste knuffel, je warme hand

jij ons nu meeneemt naar een morgen
waar met de stilte en het gemis
enkel de liefde fluistert

Onthouden

vergeet je niet te leven
tussen het rennen en het vliegen
het wikken en het wegen
over wat je wilt en moet

vergeet je niet te leven
even alles los te laten
je aan de stilte weg te geven
slechts verblijft in dit moment

vergeet je niet te leven
tot de dood je overkomt
je ondergronds heel even
bedenkt wat je bent vergeten