Silke

wat bleef je dapper tot het eind
in al je trouw, je vrolijk, jouw jij
van heerlijk zwemmen, keihard rennen
tot diep graven in het rulle zand,
ondanks de sluimerende pijn

wat bleef je moedig leven en genieten
altijd even enthousiast bij thuiskomst
al was je steeds iets meer jezelf niet ook
vanbinnen sloop heel traag de dood
maar hij kreeg je maar niet klein

wat hebben we genoten, maar
je mag nu gaan jij lieve jij
met al je alsmaar zo ondeugend
en jouw immer eigenwijs

je blijft nu voorgoed bewaard
in alle foto’s en verhalen en
heel diep in ons hart vooral
wees vrij en rust in het oneindig

Doods

mijn dood reist mee, fluit de liedjes
die men draaien mag straks
tussendoor leest men gedichten
met een vrolijke noot, zegt hij zacht
starend over pas gepoetste motorkap
we knijpen onze ogen even dicht
voor weer een idioot met groot licht
en tellen in voorbij de vele bomen
dwalen stil door eenzaam dromen
waar missen eeuwig duren kan

Korte Ademhalingssteeg (Zwolle)

rotte stukken brood kruimelden een droog vaarwel
onder rauw versleten voetzolen
het waren niet de kruimels of de tomaten
en het was niet het spugen dat mij tranen deed
het was de lach op het gezicht
onder koud verkoolde ogen vol venijn
nog een kind slechts onder vuil verscholen

het was het ongeduldig joelen
om mijn eenzaam sterven
en dat alleen omdat ik
een gepassioneerde dichter was
de kerk beschreef in mooie rake zinnen
vol afkeer, een vergeefse roep in mooie woorden
om op deze aarde en in deze stad
te mogen leven zoals het ieder paste
niet zoals een oud boek dit beschreef

Zo even ineens

het licht geeft nog onwennig wit
je was er toen ik mijn eindig zag
warme vingers grepen door het donker
waar ik je meteen het alles wenste
vanuit mijn natte niets vol vragen
je nam mijn hand, streek mijn wang
alsof vandaag meteen na gisteren kwam
we zomaar stapten over maanden
waarin we enkel zwegen via volle manen
het is even wennen lief, dit dichtbijjou
ik knijp mijn maar pas gedroogde ogen
kijk je aan en hang hoog in mijn verlang
wil niet al mijzelf straks weer voorbij, bang
zo vooral bij je zijn wie ik mag blijven
laat ons licht er alle morgens zijn

Laatste woord

bungelend aan een oud vlezig touw
dropen lauwe druppels trage tranen
vettig neer langs blauwig vel dat nog
gorgelende laatste woorden knauwde

ik hou teveel van jou, ik hou zoveel van jou
jij zou met mij nooit de was meer hoeven vouwen

ik hou misschien wel teveel van van jou
dat ik al je troep, gezeur, gezever, geklaag
en ander mauwen
met al mijn liefde en geduld
naar waar je ook maar wilt wil sjouwen

ik hou van jou, ik hou zoveel teveel van jou
je hoefde mij alleen maar iets meer te vertrouwen

ik hou meer van jou, zoveel meer van jou
dan van de optelsom van alle allermooiste vrouwen

en nu mijn lijf vergrauwd, tot stijf en droog vernauwd besef ik mij

dat ik met jou had moeten mij en jouwen

God

oh God toch, in dit erbarmelijk bestaan
verlos mij uit mijn lijden en leid mij
uit dit uitzonderlijk zondig vandaan

Oh God, ontluik mijn ongeboren mij
als een volle knop aan een oude tak
vol leven

Oh God toch, ik lijk mij niet te kunnen ontwortelen
van mijn worstelen

Oh God toch, ik wil vooral geen schaduw rijgen
aan de dagen die mij resteren

Oh God, laat mij langzaam en verbaasd
verschijnen in uw nevel
dan ontwaken aan de eerste zon
om te gaan slapen waar ik ooit begon

Divers


dit houden van laat zich niet vatten
in klein en broos, kleeft om mij heen
het blijft de windvlaag vol gedachten
vol van jou, je hele zachte
met vaak alleen jouw lach alleen.

alleen het schuren, schrijnen en
het jou voortdurend zien verdwijnen
tot in het ver, voorbij voorbij

bewaar ik bedaard je laatste resten
in mijn versleten binnenzak
draag je jaren in zoute kruimels
op mijn overdenkend hart

zo vul jij dit verse vers met leeg

Vleugels

gebroken vleugels droegen bebloede ogen hoog over
waar ooit de waarheid woonde en nu de huiver waande

hij was zichzelf verloren, verzoop in gapend zwart
en zag slechts hoe men hem vooral erg graag vergat

hij die alsnog verworden was tot de stof
tussen de stenen van zijn zelfgegraven graf

men prikte vingers in de gaten die er vielen
waar de maden voldaan maar volgevreten lagen

je zag de leugens als het ware naar hem staren
dwars door zijn leegte vol van het warm, klam en rot

error: De inhoud is beschermd !!