Nat

regens bleken lijnen
ingedroogde ongelogen
nooit vergeten tranen
ze liepen over daken

drupten op de lakens
gutsten van de haren
voor de ogen van zij
zij die niet slapen

rare vogels vlogen hoger
leken lichter zonder donker
zagen zon en sterrenfonkel
dronken flessenvol vertier

ze zagen zonder vragen
droegen zonder klagen
keken zichtbaar in elkaar
verbonden in gevonden
deze dichters waren daar

Nooit genoeg

teveel van jou zal er nooit zijn
zomers vol lijk jij te stralen
je plukt het fruit voordat het valt

teveel van jou kan er nooit zijn
je geeft jouw veel zo gul en graag
weet hoe je lentes bij je draagt

teveel van jou mag er nooit zijn
je bent wat de seizoenen maakt
het licht wat schittert over water

maar als het donkert, sluimert, stilt
en het teveel blijkt wat jouw raakt
pak dan gerust mijn hand vast
totdat het weer beter gaat

error: De inhoud is beschermd !!