Twijfelkont

heen en weer tussen hoop, vrees, hier
je hoofd loopt over gladde randen
kijkt omlaag, bang voor de val
naar het diepe niets, het onzeker

je weet wel beter, wat is geweest
en doet het toch, dat laffe brein
fnuikt wijzend richting onderbuik
legt hem aan de ankers, dobberend

zo aan dit touw vast voelt als houvast
ruikt naar tevreden, naar zeker weten
naar waar je bent en wie je was, zopas
los lonkt, vergaan in enkel leven

Sterf

wat als ik ineens daar dood voor je lig
ingeslapen of ineengestort, er niet meer
mijn blik vervaagt naar het eeuwig staren
is het teveel gevraagd mij gewoon te laten

te laten liggen waar het mijn over was
verdrogen aan de lucht en in het licht
laat ze maar happen van mijn ogen
graven door mijn vel, dat wil ik wel

zichtbaar versterven tot aan mijn bot
bleken met de zilte wind, de zomerzon
tot aan mijn laatste kootjes vervlogen

in de bek van een tevreden vogel
ben ik eindelijk het niets, mijn zijn
zou jij dat voor mij willen doen

Eindig

sterven zal ook hij die volop graast
van de dagen, de nachten, het waken
voor het verslapen van de tijd

die bloemen vreet en vertes treedt
angsten simpelweg vergeet
ook zijn dood komt naderbij

zijn mond zal verdrogen tot donker
de twinkel in zijn oog versmelten
met koude en klamme gronden

maden weten raad met dit oud vel
ooit gevuld met passie en de lach
nu vol verrot maar zonder spijt

Einde

waar ben ik bij de allerlaatste
hartklop, adem, gedachte, pijn
loop ik over hoge toppen
of val ik klunzig in een gat
over gladde rand gekeken
of gewoon te diep in glas
stikkend na een sigaret
of eenzaam in gedachten
of met glimlach en een traan
vlak na je allerlaatste kus

error: De inhoud is beschermd !!