Sterven

kilte vult beide kamers
van de motor der liefde
klopt nog, diep verscholen
onder oude lappen levensles
bekrast, verscheurd, bevlekt
met roekeloze avonturen
verrookt en verdronken
in laveloze avonduren

tot enkel nog schimmen
van verleden overbleven
dit hart hier nu zo versleten
geheel tevreden traag afgegleden
langst de gladde scheve treden
van een zeker sterven

Ragnar

Ragnar dacht aan de zorgeloze tijd van kind zijn. Lange dagen bestonden daar zonder einde en slechts gevuld met liefde en plezier.

Rennen langs het ijskoude water van de fjord waar een schaterlach wel vier keer te horen wat. Waar en waarom was hij zijn kind zijn verloren?

Was dit weggespoeld met al het bloed wat vloeide in een zucht naar roem een rijkdom waar de dood en geweld als dagelijks brood werd verslonden?

Een buizerd hoog boven hem schreeuwde bevestigend en stortte zich op een zeker sterven.