Je smeet met vogelzang rond mijn oren en
sneed laatste resten koude nacht dwars door waken
ik vond je waarachtig en keek je zwijgend aan
zoals je enkel was, bestond uit licht en leven – deze dag
nevels frambozenlikeur trekken op en laten
weten hoe eenvoudig alles was.
hoe bestaan soms naar je lacht
je als een kind alles durft te vragen
en dan ook nog luistert

