Dochter

goedlachs beleef jij de dagen
zie ik jou rode konen dragen
bij wat er op het pad verschijnt

van kleins af aan was jij een boef
een lachebek, kletskous, nimmer droef
iets wat zichtbaar nooit verdwijnt

ik zal voor altijd naast je staan
zoals ik immer heb gedaan
mij heb je tot mijn laatste dag

blijf jij de kleine eigenwijs
op je eigen mooie reis
die je nog beleven mag

vier je leven elk moment
zo puur als je nu bent
met je wonderschone lach

Dochter

met alles wat jij bent
kwam jij zo welkom in mijn leven
wist jij te stralen, ook daar
waar het enkel donker was

met alles wat jij bent
weet jij je liefde steeds te geven
sta jij sterk, in eigen zijn
ook waar het nog onzeker is

en alles wat nog komt
zal jij zoals je bent doorstaan
blijf ik hier trots, je moeder zijn
naast je naar jouw toekomst gaan

Dochter

Wat was je klein en teer
Toen ik je mocht ontmoeten
En wat was ik apetrots
Op mijn mooie kleine meid

En hoe verbaas ik me nu
Hoe groot je al bent
Vol verlangen op pad
In je jonge tienerleven

Moet ik soms zo wennen nog
Aan hoeveel je al weet
Hoe je mij ineens verwonderd
Op weg naar je ware ik

Herken ik de schittering
In je bruingroene ogen
Die er ook vroeger al was
En die hoop ik altijd blijft

Een apetrotse vader
Nu iets meer op afstand
Maar altijd vol vertrouwen
En met een grote glimlach