Weten

je weet vast al dat kabouters wonen
binnen stammen van de dode bomen
ze hakken daar met de kleine bijlen
de mooiste kamers voor elkaar bijeen
binnen stammen van de dode bomen
blijft het donker, droog en ongezien
branden lampjes van torrenvleugels
op schilderijtjes vol met vergezicht
het zijn de raampjes als het ware
want binnen blijven is een must
de buizerd loert op rode muts
daarom blijven alle deuren dicht

Alleen

alleen lijk ik het best te gedijen
vrij te zijn van alsmaar broeden op vragen
terug te gaan naar ver voorbije dagen
ze opnieuw steeds weer af te draaien

de eindes vaak vooral valt mij op
hoe het anders kon en wat dan zou zijn
in samen groeit er onrust als onkruid
aan mijn broze binnenkant vol van schaduw

en hangend aan slechts rafelige randen
lijkt er eenzaam in mij thuisgekomen
welke alles dan lijkt uit te doven
rust zacht zijn hoofd in vaak gebroken

Korte Ademhalingssteeg (Zwolle)

rotte stukken brood kruimelden een droog vaarwel
onder rauw versleten voetzolen
het waren niet de kruimels of de tomaten
en het was niet het spugen dat mij tranen deed
het was de lach op het gezicht
onder koud verkoolde ogen vol venijn
nog een kind slechts onder vuil verscholen

het was het ongeduldig joelen
om mijn eenzaam sterven
en dat alleen omdat ik
een gepassioneerde dichter was
de kerk beschreef in mooie rake zinnen
vol afkeer, een vergeefse roep in mooie woorden
om op deze aarde en in deze stad
te mogen leven zoals het ieder paste
niet zoals een oud boek dit beschreef

God

oh God toch, in dit erbarmelijk bestaan
verlos mij uit mijn lijden en leid mij
uit dit uitzonderlijk zondig vandaan

Oh God, ontluik mijn ongeboren mij
als een volle knop aan een oude tak
vol leven

Oh God toch, ik lijk mij niet te kunnen ontwortelen
van mijn worstelen

Oh God toch, ik wil vooral geen schaduw rijgen
aan de dagen die mij resteren

Oh God, laat mij langzaam en verbaasd
verschijnen in uw nevel
dan ontwaken aan de eerste zon
om te gaan slapen waar ik ooit begon

Terug

thuis keek mij aan zojuist
ze zag een bleek vel – verrimpeld
met tussen gele tanden hagelslag
de haren ongewassen en niet gekamd
lauwe koffie met een glimlach in de hand
ze zag hoe je naar vroeger keek
vanbinnen nog zo op iemand leek
die je nooit was geweest
op zijn plek en werkelijk zijn

Voornemens

Laten we niet vergeten is te makkelijk.
Wat zal mijn dochter haar kind vertellen over twintig jaar vanaf vandaag. Heb ik het haar ooit wel uitgelegd of vooral verzwegen. Voor haar was vrijheid alles na Corona, de lockdown plus avondklok.

Laten we niet vergeten is te makkelijk.
Ik, haar vader en pake Wies straks, sprak nooit over oorlog en beleefde vrede en leefde in vol tevreden tot aan heden. Hing urenlang voor de TV en vrat zich vol aan overvloed en voorspoed bovenal. Van de 80 jaren mocht hij er al 52 consumeren zonder zich af te hoeven vragen hoe bijzonder het zonder oorlog was.

Laten we niet vergeten is te makkelijk.
Ik ben ontsproten uit de liefde van mijn ouders die destijds met 26 jaar wel spraken over hoe blij we moesten zijn met de tijd waarin wij leefden. Dat het ooit anders was maar daarbij zonder duiding vaak verbleven. De hypotheek en hoge rente, maar ook genieten en veel lekker eten voor de TV met daarop Dallas en Mies en deze vuist op deze vuist.

Laten we niet vergeten is te makkelijk.
Mijn ouders zijn beide verwekt in de eerste zomer na de oorlog. En daarna drie dagen na elkaar geboren. In het voorjaar dus en dicht tegen de zomer aan. Mijn vader vanuit Joost de Krijger en Dirktje Kuut. Opa was te werk gesteld destijds en terug gevlucht weet ik nog, al dacht ik als kind dat hij niet in het leger wilde en heb ik er nooit op doorgevraagd tot op heden. Ik zou het moeten willen weten

Laten we niet vergeten is te makkelijk.
Mijn moeder haar verhaal was zoveel interessanter in mijn ogen. Pake Wiebe en beppe Wieke waren 3 weken getrouwd toen de oorlog kwam en Wiebe naar Engeland moest om bommen te hangen onder grote vliegtuigen. Om na vijf lange jaren eenmaal teruggekomen, Wieke opnieuw te moeten leren kennen. Bij een derde borrel vlak voor zijn verjaardag huilde hij in stilte. Daar verzonnen we verhalen bij over een kind wat daar nog was en die hij miste. Ernaar vragen deden we niet.

Laten we niet vergeten is te makkelijk

Laten we morgen koesteren in het besef dat wat er gisteren was ons is gegeven met het lijden en het lef van wie er streden.

Laten we bewaren en herbeleven dat vrijheid enkel kan bestaan door er keihard voor te strijden.

Laten we waakzaam blijven en niet wegdommelen in de zoveelste spelshow of ons laten meevoeren als slachtvee op algoritmes vol van voorgekookte teloorgang.

Laten we wat waar is voor ons staat blijven zien en groeten en warm in onze armen sluiten.

Laten we op elkaar passen vooral.

Laten we blijven beseffen hoe speciaal en ongelofelijk het is dat we draaien samen als gelijken op deze geleende bol rondom de zon.

En laten we, ten laatste, vooral genieten van het nu in al het kleins en groots tegelijkertijd om te herdenken wanneer het straks alweer honderd jaren later is dat destijds er ineens dat wonder VRIJHEID was. Bevochten voor ons om met de grootste zorg mee om te gaan. In te bestaan

error: De inhoud is beschermd !!