Kamer

in mijn oude kamer ruik ik
de dekens waar ik onder beefde
de engste dromen stil beleefde
over wat ik nog niet wist

las ik uren over ruige oorden
getooide hoofden, moordlustig moordden
bloed spatte om nog natte oren
in mijn oude kamer schuil ik

Toen

Weet je nog hoe vroeger rook
de deken waar de tent van was
over stoelen van de eethoek
en niets anders te beleven
dan samen zijn alleen

Of waar je verstopt zat
zodat niemand je kon vinden
behalve moeder dan
die alles altijd zag

Weet je nog waar je speelgoed stond
met je auto die zo soepel reed
hoog stuiterde op perfecte veren

Het deksel van de koek
even sissen voor het sluiten
want dat moest je destijds
voor altijd verse