Kapot

kracht bleek zo verloren
in teveel stukken, overal
lag ik in een donker mij
dwars door wat ik was

jij mij langzaam lijmde
liet zien wat jij wel zag
naast mij zat in stilte
we jankten tot de lach

dwars door scherven
breekt het harde zwart
komt levenslust terug
liefde warmt mijn hart

Toen

In tijd ineens teruggefloten
ben ik dat blonde jochie weer
gezien door de betraande ogen
van een verloren lotgenote

samen eenzaam, gekrenkt
van onze eigen kern beroofd
als drenkeling in stil verdriet
vragenvuren nooit gedoofd

verdwaald in onze schaamte
zonder dit elkaar te durven delen
verstilden levens op gelijke sporen
kauwden wij eenzaam in eigen pijn

nooit meer kind te durven zijn