wat als ik ineens daar dood voor je lig
ingeslapen of ineengestort, er niet meer
mijn blik vervaagt naar het eeuwig staren
is het teveel gevraagd mij gewoon te laten
te laten liggen waar het mijn over was
verdrogen aan de lucht en in het licht
laat ze maar happen van mijn ogen
graven door mijn vel, dat wil ik wel
zichtbaar versterven tot aan mijn bot
bleken met de zilte wind, de zomerzon
tot aan mijn laatste kootjes vervlogen
in de bek van een tevreden vogel
ben ik eindelijk het niets, mijn zijn
zou jij dat voor mij willen doen
