Autobahn

Zo was ik vandaag ineens bijna dood
Met 120 kilometer per uur nog wel
Ineens door een plensbui overvallen
En met een ongeval voor mijn neus

Mijn hersenen namen het over
Van mijn vrijdagmiddag gevoel
En stampten keihard op de rem
Pompende dan wel te verstaan

Vervolgens stuurden ze de auto
Rakelings langs een grote Audi
En een platgereden Porsche
Zigzaggend ontsnapte ik nipt

En het was droog in fel zonlicht
Twijfelend nog om te keren
Maar levensgevaar was daar
Langzaam op weg huiswaarts

In het uur wat nog moest gereden
Dankte ik de engel op mijn schouder
Ik was duidelijk nog niet aan de beurt
En mag nog op vakantie eerst

Krulfan

Krullen houden mij al jaren gevangen
Mijn blik trekt steevast naar ze toe
Terwijl ik ze probeer te volgen
Langs het gezicht van de draagster

Niet de te kroezige bos of flauwe slagen
Maar precies daartussenin gekruld
Bij voorkeur met her en der de magie
Van de pijpenkrul langs vrouwenhals

Waar deze aantrekkingskracht
Ooit is ontsproten in mijn brein
Is mij nog niet helder geworden
Maar ik ben content met deze kronkel

Beste vriend

Mijn allerbeste vriend ben jij
Omdat je er altijd voor me bent
Ook al zien we elkaar te weinig
Ik weet dat je dichtbij zult zijn

Onze oude band blijft ijzersterk
Verbonden in totale acceptatie
Van elkaars zijn als mens
Lachend om onze imperfecties

Jij kent mijn diepste dalen
Mijn meest duistere gedachten
Hebt alles met mij meegemaakt
Maar stond altijd sterk naast me

Ik voel mij volledig begrepen
En enorm gewaardeerd als mens
Ik ben trots je beste vriend te zijn
En blij dat jij ook de mijne bent

Fietser

Op volle kracht stamp ik hier
De wind blaast zorgen weg
En al mijn drukke denken
In voorbije meters achterlatend

In volle vrijheid verken ik
Het leven wat voorbij zoeft
En wat op mij af komt
Na elke trap op mijn pedaal

Verbaasd zie ik sippe gezichten
Achter glas verstopt in auto’s
Of driehoog achter de geraniums
Terwijl mijn wielen de dag verslinden

Mijn fiets en ik racen door de stad
Of mijmeren slingerend door het park
Staan al dromend voor het stoplicht
Terwijl ik geniet van het uitzicht

Dochter

Wat was je klein en teer
Toen ik je mocht ontmoeten
En wat was ik apetrots
Op mijn mooie kleine meid

En hoe verbaas ik me nu
Hoe groot je al bent
Vol verlangen op pad
In je jonge tienerleven

Moet ik soms zo wennen nog
Aan hoeveel je al weet
Hoe je mij ineens verwonderd
Op weg naar je ware ik

Herken ik de schittering
In je bruingroene ogen
Die er ook vroeger al was
En die hoop ik altijd blijft

Een apetrotse vader
Nu iets meer op afstand
Maar altijd vol vertrouwen
En met een grote glimlach