Dood

de dood huist ook gewoon
waar dit leven woont
huid dwarrelt door de kamer
of de losse haren op je jas

een mug laatst laf platgeslagen
over een pas fris gewitte wand
die slak zo weerloos ingegraven
tussen rubber ribbels van een laars

dan ineens slaat hij ijskoud toe
hoekt je hard neer, totaal verrast
wanneer zij is verdwenen plots
een kale plek naast jouw matras

Jij

Je bent nog altijd hier, als golven
op zoek naar het strand
bruisend over elkaar heen rollen
pak jij ons ineens bij de hand

We voelen je wel kijken
wanneer de zon de wangen warmt
de kou ons hart hard om de oren slaat
is het net of je nog naast ons staat

We zien je in de nacht
als we samen met jou dromen
En in alles om ons heen
wanneer de ochtend is gekomen

Het doet nog vreselijk veel pijn
het blijkt amper dragen
maar blijf vooral dicht bij ons zijn
dat is alles wat we vragen