Dood

de dood huist ook gewoon
waar dit leven woont
huid dwarrelt door de kamer
of de losse haren op je jas

een mug laatst laf platgeslagen
over een pas fris gewitte wand
die slak zo weerloos ingegraven
tussen rubber ribbels van een laars

dan ineens slaat hij ijskoud toe
hoekt je hard neer, totaal verrast
wanneer zij is verdwenen plots
een kale plek naast jouw matras