Spring naar inhoud

Koud

Zand straalt hard langs gebladerte
wat opwaait of samen schatert
alsof over elkaar gestruikeld

Winter wipt herfstresten
van haar paden door ijswind
in bevroren oren luid te laten fluiten

Waarom juist nu, zo pijnlijk
in tomeloze koude toorn
onze ogen laten branden in tranen

Lente duikt besmuikt weg
wetende dat vandaag zal zijn vergeten
tot deze ijzige arm huiswaarts vlucht

Gepubliceerd inGedichten

Wees de eerste om te reageren

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *