zij lijkt te rijpen met haar schijnen
wars van verborgen, steeds verdwijnen
klimt dwars door grijzige gordijnen
strooit gul haar groots op al het kleine

zij lijkt te rijpen met haar schijnen
wars van verborgen, steeds verdwijnen
klimt dwars door grijzige gordijnen
strooit gul haar groots op al het kleine

vandaag in overdaad
opgeladen
als de Tesla aan de paal
overladen
met een pas bevallen zon
lekker laven
zonder smeersels
overheerlijk ongezond

plakkerige vellen
passen zwetend op hun tellen
ingesmeerd met de factoren
die bij dit wedertype horen

nu de warmte waar is
laaft het lijf tevreden
haar volste teugen
tot het gaar is

mag ik weer eens baden
met alle asgrauwe vellen
het schelle licht aanbidden
buiten zinnen dat beminnen
wat zozeer mistte, hierbinnen
blauwe frisse wijdse luchten
ruilen dit voor huilend kilwit
bedompt plafondbeton alom

jij zult mij nooit meer zien
zoals ik mijn leven leefde
voordat ik mijzelf hervond
begreep hoe zonder ons
wij zoveel beter bleken
dan toen jij naast mij stond
leven wij nu onze eigen reis
lopend tot de zon opkomt
en de lach ineens verschijnt
Eindelijk
De zon
Is er weer
Nu mijn humeur nog
Doorbreken
Warm mijn bleke wangen op
geef de laatste restjes licht
met je zomerkracht
voor je onverwacht
verdwijnt uit mijn gezicht
Schaduw schittert
tussen zonnebanen
Trekt strakke strepen
door ruimtes waar
tot nu donker heerste
Dwarrelend winterstof
als kamers weer ademen
via deuren en ramen
Welkom lentezon
Blijf nog even hangen
Tot zomer volgt