Jij smaakt
naar meer
ware het niet
dat ik zo snak
naar het ongerept
grootse niets
niets anders dan
mijn dwaze denken
dobberend in stilte
eenzaamheid verkennen
met het ongekende alles
van de wijdse zee

Jij smaakt
naar meer
ware het niet
dat ik zo snak
naar het ongerept
grootse niets
niets anders dan
mijn dwaze denken
dobberend in stilte
eenzaamheid verkennen
met het ongekende alles
van de wijdse zee

In het groene niets
ligt alles wat je nu zoekt
zo voor je voeten
Licht dimt traag aan de verte
Kilte kruipt stil op haar stoel
Ik blijf rillend met mijn denken
achter met dit machtige gevoel
Niets ontneemt mij deze ruimte
hier ongebonden te verbinden
Slechts te zijn, verwonderd
nu alles in niets te vinden
Starend in het niets
Zie je alles ineens scherp
Volgt daar rust opeens