Slapeloos

het waren zaken die ik niet kon laten
die mij ’s nachts kwamen halen of tot
’s morgens lieten waken.
je adem aan mijn slapen of
hoe je kijken bleef alleen tot je daar was
ontplofte haast en verdwaald tussen
al zoenend verdergaan of slapen
hoe je lachte met alleen je ogen
bij weerziens – tot haast voorbij
hoe je naar thuis rook, warm, dichtbij
hoezeer we samen dreven op de tijd
schaars, maar vol van wat waar was

error: De inhoud is beschermd !!