als ik zit vaak, ineens je hand
de haren langs je nek en erboven
drijven wolken oude dromen
weg, weg ben je alweer
alsof we beiden dood zijn
maar van niets willen weten
stil zitten, wat lezen, verblijven
heb jij dat ook aan jouw kant
van onze plotselinge sterven
dat we zijn zoals voorheen?

